Ik had een grijs-bruin poesenpaar,
met hagelwitte snuitjes,
deugnieten van de ergste soort,
en o,zo slimme guitjes!
En snoepers waren ze! Je kon
er niet genoeg op letten!
ze lustten alles, wat je maar
vergat om weg te zetten!
Nieuwsgierig snuffelden ze graag
aan pannen en aan potten....
maar.... hoorden ze mij in de buurt,
dan gingen ze - ravotten!
Kwaad worden ? neen, dat kon je niet,
al wou je het proberen;
ze moesten net als kind'ren nog,
wat mag en niet mag, leren!
Het grasveld achter in de tuin,
dat was hun liefste plekje,
daar dartelden en stoeiden zij,
of klommen op het hekje!
Vaak zaten ze ook naast elkaar,
zó netjes en zó waardig;
ik had een grijs-bruin poesenpaar,
wat waren ze toch aardig!
George Nieuwenhuysen